Iedereen zit ergens. Over fasen in het leven.

De laatste tijd merk ik hoe vaak het leven in verschillende perioden vragen oproept. Voor iedereen anders, en toch ergens herkenbaar. Het zijn dezelfde soort vragen die terugkomen. Bij mijzelf, maar ook bij anderen. In die zin ga ik mee op de golven. Vragen komen en gaan weer. Veel vragen die ik hoor, heb ik zelf ook gehad. Vragen die gaan over dat ik het goed voor elkaar had, maar dat het niet altijd zo voelde. Of dat ik merkte dat er iets niet klopte, maar ook niet wist waar ik moest beginnen. Soms ook omdat er gewoon heel veel mogelijk is. Maar ik heb mij ook regelmatig de vraag gesteld: moet ik hier nou nog iets mee, of is dit gewoon hoe het is?

Die vragen hoor ik bij mensen van verschillende leeftijden. En opvallend vaak zit er ook een zoektocht onder: hebben anderen dit ook?

Soms helpt het om te kijken naar grotere lijnen. Naar fasen in het leven die wij kennelijk als mensen doormaken. Natuurlijk ben jij net zo uniek als ik. En toch lijken we soms op elkaar. Het kan helpen om iets zichtbaar te maken. Om woorden te geven aan wat je ervaart. Of om te zien of je ergens iets mee moet, of dat het er misschien gewoon bij hoort. En als dat zo is, hoe je daar dan mee omgaat.

Als je op zoek gaat, zie je verschillende indelingen in fasen. Ik gebruik er zelf vaak vijf, maar kan mij evengoed vinden in vier of zes. Soms begint een fase net iets eerder of later. Het doel van zo’n indeling is niet of die waar is of niet, maar of die jou helpt. Het is een hulpmiddel, geen waarheid en geen doel.

20 – 30 | Ontdekken en beginnen

Tussen je 20 en 30 zie ik vaak een fase van ontdekken en starten. Er zit veel beweging in. Eerste banen, soms meerdere achter elkaar. Iemand vertelde me laatst dat hij zich “een beetje door het leven aan het scrollen was, alsof het een menukaart is waar je alles even proeft”. Een ander zei juist: “Ik dacht dat ik iets moest kiezen, maar ik weet niet eens wat er allemaal is.” Het heeft iets lichts, iets van proberen. Tegelijk zie ik hier ook onrust, alsof er al gekozen moet worden terwijl het nog niet helder is wat er te kiezen valt. En soms is het ook gewoon zoeken terwijl je nog niet zoveel houvast hebt, en dat kan ook onzeker maken.

30 – 40 | Opbouwen en richting zoeken

Rond de 30 tot 40 jaar verschuift het vaak naar opbouwen en groei. Dingen krijgen vorm. Werk wordt serieuzer, er komt meer verantwoordelijkheid, relaties verdiepen zich. Van buiten lijkt het vaak logisch. Een volgende stap, een huis, misschien een gezin. Maar van binnen hoor ik regelmatig andere vragen meekomen. “Het rolde eigenlijk vanzelf, maar nu vraag ik me af of ik er zelf nog in zit.” Of iets directer: “Ik heb alles wat ik wilde, maar ik weet niet of ik dit bedoelde.” Tegelijk wordt het leven hier ook concreter. Er komt meer druk, meer verantwoordelijkheid, en soms ook minder ruimte om stil te staan. Het leven lijkt hier minder te vragen om proberen, en meer om richting.

40 – 50 | Schuren en bezieling

Tussen de 40 en 50 jaar ontstaat er bij velen een fase van schuren en bezieling. Niet omdat er iets mis is. Integendeel, vaak is er juist veel opgebouwd. En toch komt er een vraag die blijft hangen. Is dit het nou? Wil ik hier nog mee verder? Waarom voelt het niet zoals ik dacht dat het zou voelen? Sommigen zeggen het voorzichtig, anderen wat minder omfloerst. Iemand zei eens: “Ik heb het spel uitgespeeld, maar het blijkt niet mijn spel te zijn.” Tegelijk gebeurt er in deze fase vaak ook van alles in het leven zelf. Je wordt geconfronteerd met verlies, met ouders die ouder worden of wegvallen, soms met ziekte bij jezelf of in je omgeving. Het is zelden een snelle fase. Eerder één waarin iets zichtbaar wordt dat eerder geen aandacht vroeg.

50 – 60 | Herijken en kiezen

Zo rond de 50 tot 60 jaar zie ik vaker een beweging van herijken en delen. Er ontstaat ruimte om anders te kijken naar wat er is. Niet alles hoeft meer hetzelfde te blijven. Niet alles hoeft meer door. Iemand zei: “Ik heb lang genoeg gedaan wat nodig was, nu wil ik kijken wat nog klopt.” En een ander merkte op: “Ik merk dat ik minder wil, maar wel beter.” Tegelijk hoor ik ook dat het niet altijd lichter voelt. Soms wordt het leven juist confronterender. Dingen gaan niet meer vanzelf, of kosten meer energie. En wat je terugkrijgt uit je omgeving is niet altijd wat je had gehoopt. Sommige mensen worden milder, anderen juist wat scherper of zelfs wat zuurder. Ook dat lijkt erbij te horen.

60+ | Doorgeven en betekenis

Vanaf ongeveer 60 jaar en verder verschuift het bij sommigen naar doorgeven en betekenis. Minder gericht op opbouwen of veranderen, en meer op wat er al is. Wat heb ik geleerd? Wat wil ik doorgeven? Waar ben ik van betekenis? Dat hoeft niet groot te zijn. Soms zit het juist in kleine dingen. Iemand vertelde me dat hij meer plezier haalt uit het helpen van anderen dan uit het werk zelf. Een ander zei lachend: “Ik werk nog, maar vooral omdat ik het leuk vind om erbij te zijn.” Tegelijk zie ik ook dat het leven hier kwetsbaarder kan worden. Gezondheid, verlies, afhankelijkheid. Het kan lichter voelen, maar soms ook juist dunner of stiller. Ook dat mag er zijn.

Herkenning, twijfel en alles daartussenin

Wat me opvalt, is dat deze fasen iets geruststellends kunnen hebben. Omdat je iets herkent. Of denkt: oh, dit speelt dus vaker rond deze leeftijd. Tegelijk zie ik ook dat het iets kan oproepen. Hoor ik hier dan ook iets bij te voelen? Heb ik iets gemist als ik het niet herken? Sommigen zeggen dat ook vrij direct: “Moet ik nu in een midlifecrisis zitten of zo?” Het is maar net hoe je ernaar kijkt. Dat is ook een stijl.

Als je er niets in herkent, dan is dat misschien gewoon hoe het nu is. Niet alles hoeft langs een lijn te lopen. Soms loopt het gewoon. En dat is ook goed. En als je wel iets herkent, dan zie ik dat mensen zichzelf vragen gaan stellen. Niet altijd omdat ze dat van plan waren, maar omdat ze zich aandienen. Waar zit mijn twijfel? Wat geeft energie, en wat niet meer? Wat stel ik uit, terwijl het eigenlijk al speelt? Waar ben ik mezelf een beetje kwijtgeraakt? Het zijn geen vragen die meteen een antwoord nodig hebben. Vaak is het al iets om ze toe te laten.

Misschien zijn het fasen. Misschien zijn het gewoon momenten in een leven. Maar wat ze in ieder geval lijken te doen, is even laten zien waar je bent. Wat je daar mee wil doen, is aan jou.