Als ik benaderd word door besturen uit ideële organisaties, gaat het vaak over het probleem waar ze direct tegenaan lopen. We zitten nu in deze situatie en daar willen wij uit. Het gaat over wat er speelt, hoe men hier gekomen is en het probleem dat voorligt. Soms zit daar iets onder. Een gevoel dat het schuurt. Dat er veel gebeurt, maar dat het niet altijd samenkomt. Dat er hard gewerkt wordt, maar dat de vraag opkomt of er nog wel aan het juiste wordt gewerkt. Of dat de buitenwereld inmiddels iets anders vraagt dan waar de organisatie ooit voor bedoeld was.
Wat mij daarbij opvalt, is dat al die organisaties altijd werken vanuit een enorme betrokkenheid. Vanuit iets dat ertoe doet. Er gaan veel uren in zitten, vaak ook onbetaald. Zij zetten zich in omdat ze ergens in geloven. Juist dat maakt het ook ingewikkeld om keuzes te maken. Want alles heeft betekenis.
Aan de bestuurstafel gaat het gesprek vaak direct over het probleem. Mijn eerste vraag is dan meestal: waar wil je naartoe? Niet om het meteen op te lossen, maar om te kijken of het probleem dat op tafel ligt past bij de richting die de organisatie op wil, of dat het misschien wijst op iets anders. Soms blijkt het probleem niet zozeer het probleem te zijn, maar een signaal dat de onderliggende lijn niet meer helemaal scherp is.
Organisaties hebben in de basis een vrij eenvoudige opbouw. Er is een reden waarom de organisatie bestaat (missie), een idee over hoe deze werkt en wat belangrijk is (visie), een beeld van waar je naartoe wilt en keuzes in wat je wel en niet doet om daar te komen (strategie). Uiteindelijk wordt dat zichtbaar in wat er dagelijks gebeurt. Dat klinkt logisch. En vaak werkt het ook gewoon zo. Maar in de loop van de tijd verschuift er iets. Er komt van alles bij. Nieuwe projecten, samenwerkingen, andere vormen van financiering. Met alle goede bedoelingen en volstrekt logisch in dat moment. En ergens onderweg kan het gebeuren dat de organisatie zich meer gaat richten op wat er gevraagd wordt. Meer dan ooit misschien de bedoeling was. Dat gebeurt zelden bewust. Het groeit er langzaam in, tot het moment dat iemand de vraag stelt: waar zijn we eigenlijk (nog) van, of dat er een ander probleem zich voordoet dat hardnekkiger blijkt dan gedacht.
In de literatuur over strategie zie je iets vergelijkbaars. Collis en Rukstad beschrijven dat veel organisaties wel een strategie hebben, maar dat bijna niemand die eenvoudig kan uitleggen. En als dat niet lukt, wordt het ook lastig om ernaar te handelen. Dan ontstaat er beweging, maar niet altijd in dezelfde richting. In ideële organisaties zie ik dat misschien nog net iets sneller gebeuren. Omdat er meer ruimte is, minder vastligt en meer ontstaat in wat er nodig lijkt op dat moment.
Strategie wordt dan iets wat minder op papier zit, en meer zichtbaar wordt in wat er daadwerkelijk gebeurt. In de keuzes die wel en niet gemaakt worden, in waar tijd en energie naartoe gaan. En vaak ook in waar het begint te schuren. Bijvoorbeeld tussen missie en financiering. Tussen idealen en haalbaarheid. Tussen wat er van binnen leeft en wat er van buiten gevraagd wordt. Ik zie organisaties die zeggen waar ze voor staan, maar ondertussen iets anders doen omdat dat nodig is, of omdat het zo gegroeid is. Dat is niet altijd een probleem. Het wordt pas ingewikkeld als het stil blijft. Dan ontstaat er ruis. Intern, maar ook naar buiten. En soms ook bij mensen zelf. Doe ik nog werk waar ik achter sta, of ben ik vooral bezig het draaiend te houden?
Uiteindelijk gaat strategie over kiezen. Niet alles doen. Niet overal op ingaan. Soms ook stoppen met dingen die ooit belangrijk waren. Juist dat laatste is vaak het lastigst. Zeker in ideële organisaties, waar betrokkenheid groot is en alles ergens betekenis heeft. Misschien is strategie minder een plan, en meer een manier van blijven kijken. Klopt het nog? Doen we nog wat we zeggen dat we doen? En als dat niet zo is, waar zit dat dan in?
De vragen die ik vaak terug hoor zijn eigenlijk vrij eenvoudig. Waar zijn we van? Wat willen we blijven doen, ook als het lastig wordt? En waar zeggen we misschien geen nee tegen, terwijl dat wel nodig is? Het zijn geen snelle vragen, maar wel vragen die iets zichtbaar maken. Misschien is dat waar strategie begint. Niet bij het maken van plannen, maar bij het terugvinden of schetsen van een nieuwe lijn. Soms is dat al genoeg om weer richting te voelen.
Als een organisatie niet lekker loopt of tegen uitdagingen aanloopt, zie je dat vaak terug in de vragen die gesteld worden. Soms helpt het om die vragen even langs die lijn te leggen. Gaat het over richting, dan kom je al snel bij je visie. Gaat het over hoe je iets aanpakt, dan zit je vaak in je strategie.
En als je denkt: dat doe ik al, maar ik kom niet verder, dan kan het helpen om hier iets verder in te duiken. Gebruik die begrippen dan gerust als ingang. Zoek bijvoorbeeld op strategie in combinatie met de vraag waar je tegenaan loopt. Vaak kom je dan al een heel eind.
En als dat niet werkt, kun je natuurlijk ook altijd contact opnemen voor een kop koffie.
